Box 3 belast nu een forfaitair, dus fictief, rendement per vermogenscategorie. Of u nu veel of weinig verdiende met uw vermogen, de heffing ging uit van een aangenomen percentage. Het kabinet wil dat loslaten en kijken naar wat uw vermogen echt opbracht: de werkelijke opbrengsten minus de kosten. Daardoor kan dezelfde portefeuille straks heel anders uitpakken.
Het kabinet wil dat belastingplichtigen belasting gaan betalen over hun werkelijke inkomsten uit vermogen. Het wil op 1 januari 2028 een nieuw stelsel voor box 3 invoeren.Rijksoverheid, Plannen werkelijk rendement box 3
Dat werkelijke rendement bestaat uit twee delen. Het directe rendement is wat u daadwerkelijk ontvangt: de Rijksoverheid noemt belasting over “ontvangen rente, dividend, huur en pacht”, verminderd met uw kosten. Het indirecte rendement is de waardeontwikkeling van uw bezittingen, oftewel belasting over “de toegenomen waarde van bijvoorbeeld aandelen en bezittingen”. Juist dat tweede deel is nieuw, en het verklaart waarom de impact per portefeuille zo kan verschillen.
Het wetsvoorstel is op 19 mei 2025 ingediend en op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Het blijft een wetsvoorstel, dus de exacte uitwerking en datum kunnen nog wijzigen.
Vermogensaanwas of vermogenswinst
Niet al uw vermogen wordt straks op dezelfde manier belast. Het wetsvoorstel kent twee methoden, en juist het verschil in timing bepaalt wanneer u afrekent.
Vermogensaanwasbelasting, de hoofdregel
Voor onder meer spaargeld, beleggingen en crypto betaalt u jaarlijks over uw directe rendement en over de waardeontwikkeling, ook als u die winst nog niet hebt gerealiseerd. De waardemutatie is in de kern de waarde op 31 december min de waarde op 1 januari van hetzelfde jaar. Daalt uw vermogen in waarde, dan schrijft de Rijksoverheid: “Als aandelen of bezittingen in waarde dalen, dan kan een belastingplichtige dat compenseren met waardestijgingen in latere jaren.”
Vermogenswinstbelasting, voor onroerend goed
Voor onroerend goed en voor aandelen in startups en scale-ups betaalt u jaarlijks over het directe rendement, zoals huur minus kosten, maar de waardewinst wordt pas belast op het moment dat u verkoopt. De Rijksoverheid spreekt over “een vermogenswinstbelasting over de waardeontwikkeling van onroerend goed”. Daardoor wordt het moment van verkopen fiscaal bepalend.
Wat dit in de praktijk betekent
De overstap naar werkelijk rendement raakt niet alleen hoeveel u betaalt, maar ook wanneer en waarover. Een paar punten om nu al rekening mee te houden:
- Belasting over winst die u nog niet ontving. Bij vermogensaanwas telt ook ongerealiseerde waardestijging mee. U kunt dus belasting betalen over papieren winst, terwijl het geld nog vastzit in uw beleggingen of vastgoed. Dat vraagt om vooruitkijken naar uw liquiditeit.
- Timing van verkoop gaat zwaarder wegen. Bij vermogenswinst, zoals op vastgoed, wordt de winst pas bij verkoop belast. Het moment waarop u vervreemdt bepaalt mee in welk jaar en in welke situatie u afrekent.
- Administratie en kosten worden belangrijker. Kosten en betaalde rente op schulden verlagen uw werkelijke rendement, maar alleen als u ze goed vastlegt en onderbouwt.
- Verliezen kunnen u helpen. Waardedalingen zijn niet langer alleen vervelend. Onder voorwaarden kunt u ze verrekenen met waardestijgingen in latere jaren.
Tot de invoering geldt een overbruggingsstelsel met forfaits. Pakt uw werkelijke rendement lager uit, dan mag u dat in veel gevallen doorgeven via de tegenbewijsregeling.
Waar valt nog te optimaliseren?
De nieuwe regels maken passief afwachten riskant. Uw optimale aanpak hangt af van de samenstelling van uw vermogen, uw partner, uw hypotheek, uw onderneming en de timing van verkoop of herbelegging. Vier vragen die in vrijwel elke situatie terugkomen:
- Sparen versus beleggen. Wat gebeurt er als de rente stijgt, dividend verandert of koerswinsten later omslaan in verliezen?
- Vastgoed en verhuur. Bij een tweede woning, verhuurde woning of recreatiewoning wordt de timing van opbrengsten, kosten en verkoop belangrijker.
- Schulden en kosten. Aftrekbare kosten kunnen de heffing drukken, maar alleen als ze goed worden herkend en onderbouwd.
- Gezin en verdeling. Partners, kinderen, schenkingen en eigendomsverhoudingen kunnen de uiteindelijke druk beïnvloeden.
Taxety vertaalt deze regels naar uw eigen cijfers en signaleert waar aandachtspunten zitten, zodat u op tijd de juiste keuzes met uw adviseur kunt bespreken. U ziet niet alleen wat de regeling kan kosten, maar ook welke scenario's u voor 2028 kunt onderzoeken.